Woorden die ik sprak bij mijn proponentsbevestiging
Geschreven door remcoVoorafgaand aan de Algemene Vergadering van de Remonstranten, ben ik vandaag op 7 november samen met twee anderen in een kerkdienst bevestigd als proponent – dat is: gekwalificeerd predikant. Vanaf nu mag ik me dus jullie predikant noemen. Eindelijk!
Het was een dienst waarin we alle drie een lied mochten aandragen om te zingen. Ik koos ‘Yarabba ssalami’, een Palestijns vredeslied met als tekst ‘God van vrede, regen vrede op ons’.
We mochten in vijf minuten onszelf voorstellen. Wat ik daarbij vertelde, staat hieronder. Ik was best een beetje gespannen voor dit moment, de bevestiging van wat vaak een ‘roeping’ wordt genoemd. Dat sluit aardig aan bij mijn ervaring.
De bevestiging, zegen, het zingen – het heeft me geëmotioneerd. Het is heel fijn dat ik al ruim voor dit moment in onze gemeenschap jullie voorganger heb mogen zijn! En nu ga ik dus verder als predikant – niet dat er verder iets verandert, natuurlijk…
Ik werk al enige tijd met veel plezier als voorganger voor de Twentse remonstranten en doopsgezinden. Dat doe ik in gemeenschappen die warm en betrokken zijn, maar ook vergrijsd. En ik voel daar regelmatig de spanning tussen wat de kerk nu is, en wat ik zélf graag zou willen. En dat is prima. Die spanning heb ik heel bewust opgezocht. Ik ben een idealist, maar ik ben niet vanuit idealisme de weg naar het predikantschap ingeslagen.
Waarom dan wel? En waarom heb ik er 25 jaar over gedaan om hier te komen? Want zo lang speelt dit al in mijn gedachten. Predikant worden. Ik ben niet christelijk opgevoed. Eind vorige eeuw leerde ik het christelijk geloof kennen. Sindsdien heb ik meegemaakt wat volgens mij best veel mensen van mijn generatie meemaken. Namelijk: enerzijds heb je dat geloof dat je aan het ontdekken bent, met Jezus die allerlei mooie dingen doet en zegt; en anderzijds heb je de praktijk in de kerken en wat die twintig eeuwen later van dat geloof hebben gemaakt. Dat sluit lang niet altijd goed bij elkaar aan en daar heb ik door de jaren heen moeite mee gehad. Totdat ik ruim tien jaar geleden dacht: laat maar. Ik zie het niet meer. Wat doe ik hier eigenlijk?
Toen begon een geleidelijke weg terug. Ik kwam bij het christelijke Nederlands Dagblad te werken als journalist. Ik leerde de Catholic Worker kennen, een katholiek anarchistische beweging die op een prachtige manier, Jezus navolgend, er wil zijn voor de kwetsbaren. Een paar jaar later kwam ik ook in contact met de christelijke vredes- en Palestinabeweging. Wat nu bekend is als Christelijk Collectief. Die moeten hier worden genoemd. Ik kwam in Amersfoort in een gemeente terecht die zich richt op zoekers en twijfelaars. Daar mocht ik twee jaar geleden voor het eerst voorgaan. En ik begon aan de geestelijke oefeningen, geïnspireerd door Ignatius van Loyola. Heel intensief, elke dag, op zoek naar wat ik nu echt zélf geloof. Met een sterke nadruk op de vraag, hoe je kunt onderscheiden wat voor jou en jouw leven een goede richting is.
Het laatste zetje kwam de laatste paar jaar, toen ik bevriend raakte met een heel stel mensen, vaak jonge mensen, die zich vanuit bevrijdingstheologie, feministische en queer en dekoloniale theologie inzetten in deze wereld. Zoekend, maar tegelijk ook gelovig, heel spiritueel. Al die kleine dingen brachten mij op het pad dat mij van journalist naar predikant heeft geleid, van krant naar kerk.
Dus wie ik wil zijn als predikant? Allereerst iemand die zich laat inspireren door Jezus en die daar struikelend handen en voeten aan probeert te geven. In mijn poging de geweldloze Jezus te volgen, hoe onnavolgbaar hij soms ook is, meen ik ook iets van God te hebben ontmoet. Ik houd van voorgaan en vind het mooi om dagelijks samen met allerlei mensen bezig te zijn met die zoektocht en die poging tot navolging. Een van de mooiste kanten van dit ambt is de zorg voor elkaar, de nabijheid. Samen tastend het mysterie verkennen.
Tegelijk ben ik onmiskenbaar een publiek theoloog. Maatschappelijk betrokken. Het evangelie is naar mijn mening óók politiek. Ik reflecteer kritisch en probeer me uit te spreken tegen onrecht. De een noemt dat profetisch, de ander vindt gewoon dat ik een veel te grote muil heb. Ook dit is wie ik ben en wat ik zie als onderdeel van mijn predikantschap. Ik word zeer enthousiast als ik zie dat spiritualiteit, geloof en maatschappelijk brandende kwesties elkaar ontmoeten. Zoals morgen, om half 12, tijdens de kerkdienst voorafgaand aan het Rode Lijnprotest waar ik een van de voorgangers ben. Eerst verbinding en inkeer, dan actie. Deze spiritualiteit, die én verstillend en bezinnend is, én gehoor geeft aan de gevoelens en nood die bij veel mensen leeft, heeft mij terug de kerk in getrokken. Ik zou het prachtig vinden als ik als predikant hierin een positieve rol kan spelen.
Remco van Mulligen, 7 november 2026

